Home Nieuws Pulpfictie: Nieuwe literatuur voor schrijvende & lezende jongeren
Pulpfictie: Nieuwe literatuur voor schrijvende & lezende jongeren Print
Donderdag 4 maart zijn de websites www.pulpfictie.nl en www.pulpfictie.be officieel gelanceerd. De site, waarop jonge Nederlanders en Vlamingen hun literaire talent kunnen laten zien, moedigt jongeren aan meer te lezen en vooral te schrijven. ‘Pulpfictie moet een plek worden waar nieuwe, hoogwaardige literatuur tot stand komt,’ menen initiatiefnemers Paul Sebes, Willem Bisseling (beiden van Sebes & Van Gelderen Literair Agentschap) en Henk Steenhuis (ex-hoofdredacteur HP/ De Tijd en nu hoofdredacteur van o.a. welingelichtekringen.nl).

Quicklit
Pulpfictie is een geheel nieuw online literair tijdschrift voor jongeren. Speciaal daarvoor is een nieuw genre in het leven geroepen, quicklit genaamd. Geen papier meer, maar internet. Niet meer een half jaar wachten op een reactie van een uitgever, maar meteen geplaatst worden als je goed genoeg bent. Niet meer als te jong beschouwd worden, maar volwaardig meedraaien in het literaire circuit. In (ultra-)korte verhalen (XS tot 50 woorden, S tot 100 woorden, M tot 250 woorden, L tot 500 woorden en XL daarboven) kunnen jonge schrijvers waargebeurde of verzonnen gebeurtenissen insturen.

Een professionele redactie leest de inzendingen en plaatst de verhalen die goed worden bevonden op de site. Ook kan er op de gepubliceerde verhalen gestemd worden door lezers. Onder iedere inzending komt de score te staan en zo tekent zich af wat volgens lezers de beste en de slechtste verhalen zijn. De hoge scores komen tevens te staan onder de button TOP, de lage onder FLOP.

PulpfictieJong talent
Pulpfictie dient een plek te worden waar hoogwaardige literatuur tot stand komt - zie het als een eigentijdse variant, of misschien wel vervanging van het vroegere literaire tijdschrift. Want waar literaire tijdschriften in lezersaantallen terugnemen, is het de bedoeling dat Pulpfictie het forum wordt waar wel degelijk veel gelezen en geschreven zal worden. Pulpfictie wordt een nieuwe springplank voor de jeugd naar een mogelijke schrijverscarrière; het moet de kweekvijver worden die de literaire tijdschriften van oudsher ooit waren. Schrijvende jongeren moeten het als een plek zien waar zij kunnen groeien en ontdekt kunnen worden. Uitgevers moeten het als een plek zien om in de gaten te houden, omdat jong talent zich er openbaart.

Vie de Merde
Pulpfictie is deels gemodelleerd naar het Franse Vie de Merde en het Britse Fmylife.com. Ongeveer een jaar geleden zag viedemerde.fr het levenslicht en in de kortst mogelijke tijd is dat uitgegroeid tot een toonaangevende Franse site waarop duizenden jonge Fransen vrijwel dagelijks hun proza publiceren. Pulpfictie is er voor iedereen in het Nederlandse taalgebied, voor zowel Nederlandse als Vlaamse lezers en schrijvers. In Vlaanderen werken de initiatiefnemers samen met de literaire organisatie Behoud de Begeerte.

Jaarboek
De ambitie is dat Pulpfictie in korte tijd een naam zal worden die landelijk bekend is. Verwacht wordt dat Pulpfictie in de toekomst ieder jaar een boek zal uitgeven met daarin ‘het beste van Pulpfictie’. Daarnaast wordt rekening gehouden met mogelijke uitbreidingen voor bijvoorbeeld het publiceren van langere korte verhalen, of misschien zelfs hele romans. Hoewel dit nu nog klinkt als toekomstmuziek, zullen we dergelijke mogelijkheden zeker niet uitsluiten.

Bèta
Vanaf 5 februari 2010 staat er reeds een bètaversie online, maar vanaf 4 maart zullen de websites pulpfictie.nl en pulpfictie.be officieel de lucht in gaan. ‘Met het oog op de Boekenweek en het thema Titaantjes – opgroeien in de letteren hebben we snel moeten handelen. De site moet een week voor de Boekenweek helemaal goed zijn,’ aldus de initiatiefnemers. Rond die datum zal er ook actief geacquireerd worden voor zoveel mogelijk bijdragen van scholieren en studenten. Dit zal vooral gedaan worden op Twitter, Facebook, Linkedin en Hyves, maar ook door het verspreiden van posters en ansichtkaarten in scholen, bibliotheken, cafés, studentenverengingen en via de pers.

De bètaversie trok in de eerste maand meer dan 3000 bezoekers en er stromen dagelijks al tientallen verhalen binnen van zowel Nederlandse als Vlaamse jongeren. Zoals de voorbeelden hieronder laten zien, lopen de stijl en de onderwerpen van de verhalen sterk uiteen:

S(mall)

’s Nachts fietsen gaat veel sneller. Om de snelheid gaat het niet alleen; elke bocht rechtdoor, geen stoplicht houdt je tegen. Je ogen sneller dan het licht zien geen ravijnen, tegenliggers, paaltjes midden op de weg. Wel ingevingen, mooier dan een vrouw op de fiets, -oogverblindend oorsuizen- wanneer een raamkozijn in een ruit, de nacht, de harde koude nacht met nagels stoplichtrood verzacht. Dan weet je: dit wachten duurt geen eeuwigheid. Want sneller fietsen gaat altijd.
Door Deverdun (Hengelo, Nederland)

M(edium)
Julia Hollander had begrepen wie zij was toen ze als negenjarige op zeilkamp werd gestuurd met twintig leeftijdsgenoten, die iedere avond van de week huilden omdat ze hun ouders misten, terwijl zij zelf in tevreden eenzaamheid naar de sterren staarde en zich afvroeg hoe lang het licht erover deed om haar ogen te bereiken. Haar gebrek aan heimwee werd pas een karakterfout toen de begeleider haar plagend verweet dat zij niet genoeg van haar ouders hield. Vastbesloten haar liefde voor hen te bewijzen, stond zij de volgende dagen net als de andere kinderen in de rij voor de munttelefoon om naar huis te bellen, zij het dan niet in tranen, want er was een grens aan wat je kon veinzen.
Door Claire Polders (Parijs, Frankrijk)

L(arge)

Toen ik naar mijn werk fietste, had ik het voorgevoel geconfronteerd te worden met verstandeloosheid. Mijn buikgevoel zat er niet naast. Dit keer was het een vrouw. Eind de veertig, gebronsd, zwart haar, perenkont, kleine buste. Al met al een mooie knikker.
‘Hallo,’ zei ze.
‘Hallo,’ mompelde ik kurkdroog.
‘Een kleine friet en een lookworst. Goed gebakken.’
‘Saus?’ vroeg ik vol belangstelling.
‘Ja, geef mij maar … Samurai. Dat is toch die pikante saus hé?’
Ze deed het om mij op de zenuwen te werken, zonneklaar.
‘Zout, mevrouw?’
‘Nee, dat is slecht voor de gezondheid,’ loeide de koe.
En in ossenvet dobberen de piepers niet, of wat?
Ik schepte haar frieten in een te nauw bakje en strooide er uit gewoonte een flinke scheut zout overheen.
‘Nee, geen zout! Verdomme.’
Ik bakte nieuwe frieten voor de spruit. Ondertussen dobberde haar lookworst aan de oppervlakte.
Even later gaf ik ‘r frieten en het vlees en rekende af.
Ze begon oogcontact te maken. Ik dacht: die wil vast nog een cola. Wist ik veel.
‘Goeie frieten,’ brabbelde ze.
Het verhaal kreeg een zwier.
‘Ik eet niet veel friet. Normaal eet ik bio-energetisch, maar af en toe zondigen kan geen kwaad, toch?’
‘Bio-wat?’
‘Bio-energetisch. Dat is een dieet waardoor …’ Mijn aandacht zwakte af. Komaan, neem je jezelf serieus als je dergelijke onzin uitkraamt?
‘Ja, ik lees wel wat af de laatste tijd’, bracht ze daarna uit, zelfingenomen tot en met.
‘Wat lees je dan?’ vroeg ik.
‘Wel nu je er over begint.’
Ik geeuwde.
‘Die nieuwe van Sonia Kimpen.’
‘Die ken ik niet.’
‘Meen je dat nu?’
‘Ja.’
‘Ik heb ook dat boek van Peter Aelbrecht.’
‘Wie?’
‘Dr. Peter Aelbrecht?’
Wederom moest ik respijt geven.
‘Homo Energeticus?’
Plots rinkelde er een belletje.
Mijn vader had dat boek onlangs gebruikt als ondersteuning voor onze labiele tuintafel. Ik niet veel later om er de haard mee aan te steken.
‘Oh ja, nu weet ik het.’
‘Prachtig boek, hé?’
‘Zeker weten.’
Een pretentieus wijf én een fijn oog voor letteren.
Nu pas zag ik een lichte snor van belegen donsharen op haar bovenlip. Bij nader inzien had ze een lelijke kop.
‘En dat boek van Pfaff, schitterend.’
‘Ooit al gehoord van Saskia De Coster?’ zei ik guur.
‘Nee, nog nooit.’
‘Mennes, Bukowski?’
‘Nee.’
‘Claus, Murakami, Brusselmans?’
‘Nee.’
‘Trap het af trut. Ik wil je hier niet meer zien.’
Ze keek me met verstomming aan en wandelde weg.
Verder gebeurde er niets betekenisvol die dag.

Door Giovanni Laleman (Gistel, België)

Het Cultuurfonds BNG sponsort Pulpfictie.